Pensioenmogelijkheden voor de zzp’er

Als zzp’er moet je je realiseren dat je ook inkomen nodig hebt als je 65 of 70 jaar bent en je misschien niet meer kunt of wilt werken. Dus is het belangrijk om na te denken over sparen voor later. Over je pensioen. In dit artikel leg ik uit welke pensioenmogelijkheden er zijn.

In dit artikel gaat het over sparen voor later. Maar er kan ook eerder behoefte zijn aan inkomen. Denk aan overlijden of arbeidsongeschiktheid. Ook daar ga ik in dit artikel op in.

Wat regelt de overheid?

Als zzp’er kom je, net als een werknemer, in aanmerking voor een AOW-uitkering. De leeftijd waarop de AOW ingaat is vanaf 2024 de 67-jarige leeftijd en zal daarna verder stijgen als we in Nederland gemiddeld ouder worden.

De nabestaanden van een zzp’er komen in aanmerking voor een ANW-uitkering. Ook daarvoor gelden dezelfde voorwaarden als voor iedere werknemer.

Werknemers die arbeidsongeschikt worden krijgen een WIA-uitkering van de overheid. Deze geldt niet voor zzp’ers. Er is dus geen overheidsuitkering bij arbeidsongeschiktheid. Op dit moment denkt de overheid wel na over een verplichte verzekering, maar hoe en wanneer die er gaat komen is nu nog onbekend en onzeker.

Pensioenmogelijkheden bij een pensioenfonds

Pensioen wordt opgebouwd in de relatie werkgever/werknemer. Bij een zzp’er is deze arbeidsrelatie niet aanwezig. Voor de meeste zzp’ers zijn er dan ook geen pensioenmogelijkheden bij een pensioenfonds. Maar er zijn drie uitzondering.

Verplicht aansluiten bij een bedrijfstakpensioenfonds

De eerste uitzondering is een bedrijfstakpensioenfonds (BPF). Let op, dit gaat niet zozeer over pensioenmogelijkheden, maar meer over pensioenverplichting!

Een bedrijfstakpensioenfonds is een verplicht pensioenfonds voor een bedrijfstak. Voorbeelden zijn de bouw, de schilders, de schoonmaak, de metaal. Deze bedrijfstakpensioenfondsen zijn verplicht gesteld voor werknemers. Maar er is ook een aantal verplicht gesteld voor zzp’ers. Voorbeelden hiervan zijn BPF Schilders en BPF Bouw. De verplichtstelling in bouw geldt niet voor iedereen, maar onder andere voor het natuursteenbedrijf, terrazzo-/vloerenbedrijf en het stukadoors- en afbouwbedrijf. Wanneer je als zzp’er in de schilders- of bouwsector aan de slag gaat, neem dan altijd even contact op met het pensioenfonds om te kijken of je onder de verplichtstelling valt. Dat voorkomt nare verrassingen achteraf.

Verplicht aansluiten bij een beroepspensioenfonds

Als tweede kan je als zzp’er verplicht onder een beroepspensioenfonds vallen. Dit zijn ook verplicht gestelde pensioenregelingen, maar dan voor een beroepsgroep. Denk daarbij aan dierenartsen, fysiotherapeuten, huisartsen, medisch specialisten, apothekers, en verloskundigen. Wanneer je in een van deze sectoren als zzp’er aan de slag gaat, controleer dan goed of je onder de verplichtstelling valt.

Voortzetting van je pensioenopbouw

De derde uitzondering is voortzetting van je pensioenopbouw. Als je als werknemer hebt deelgenomen aan een pensioenfonds, dan kun jij op het moment dat je zzp’er wordt je pensioenopbouw voorzetten. Dat mag je maximaal 10 jaar doen.

Lijfrente

De meeste zzp’ers kunnen eigenlijk alleen een lijfrente afsluiten. Bij een lijfrente betaal je een premie en die premie is onder voorwaarden aftrekbaar voor de inkomstenbelasting. Wanneer de lijfrente tot uitkering komt betaal je belasting over de uitkering.

Jaarruimte en reserveringsruimte

De premie van een lijfrente kun je aftrekken voor de inkomstenbelasting als je voldoende jaarruimte hebt. De jaarruimte is een percentage van je inkomen, rekening houdend met het pensioen dat je al hebt opgebouwd.

Wanneer je de ruimte die je hebt om een lijfrente te storten niet benut, dan kun je dat op een later moment alsnog inhalen. Dat is dan je reserveringsruimte. De reserveringsruimte is de niet gebruikte jaarruimte van de afgelopen 7 jaar.

Oudedagsreserve

Het is tenslotte ook mogelijk om een oudedagsvoorziening te vormen in de eigen onderneming. Jaarlijks kun je een gedeelte van de winst (9,44% in 2020) reserveren voor een oudedagsreserve. Over de toevoeging aan de oudedagsreserve betaal je geen belasting. Het doel van de oudedagsreserve is om er ooit een lijfrente van aan te kopen. Wanneer de lijfrente tot uitkering komt, dan betaal je belasting over de uitkering.

Eén reactie

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *